Groninger beleid bevriest bedrijfsontwikkeling

Geen verdienmodel maar een planologische sterfhuisconstructie, dat is de uitkomst van het IV-beleid dat de provincie Groningen twee jaar geleden heeft ingezet en onlangs heeft bevestigd. Het is de consequentie van een politieke keuze die voorbijgaat aan het belang van individuele veehouders.

Vanaf 1 januari 2019 is het in heel Groningen voor ‘intensieve veehouderij’ verboden uit te breiden in stalvloeroppervlak. In grote delen van de provincie kon men al niet uitbreiden, dat geldt nu voor heel de provincie. Daarmee is de bedrijfsvoering bevroren en ontstaat een stand-still. Men kan niet meer aansluiten bij de autonome ontwikkeling, wat op den duur zal leiden tot afhakers.

De afgelopen jaren waren de ontwikkelingsmogelijkheden in grote delen van de provincie al beperkt maar was ‘een vlucht naar voren’ nog mogelijk door over te stappen naar bijv. langzaamgroeiende kuikens. Op grond van de ontheffing op basis van art. 2.9.1 lid 1 mag men alsnog meer stalvloeroppervlak realiseren, mits het vergund aantal dieren niet toeneemt. Met langzaamgroeiende segment- of scharrelkuikens was men in staat het bedrijf alsnog ‘uit te breiden’ door meer meters te maken zonder meer dieren te houden, en per saldo toch te groeien.

Met een markt die vroeg om langzaamgroeiende kuikens was dit een goede optie. Maar dat is voorbij. Inmiddels is de markt ‘vol’ en als pluimveehouder heeft men geen escape meer om te groeien, tenminste: als het om gangbare kuikens of legkippen gaat.

Biologisch gehouden dieren of dieren die niet intensief zijn vallen niet onder het verbod. Dus uitbreiden in stalvloeroppervlak voor biologische kippen of freilandhennen, die vanwege het grondgebruik niet-intensief zijn, mag wel. De legsector is hiermee geholpen, maar voor de vleessector (vleeskuikens, vleeskuikenouderdieren) zien we het vooralsnog somber in.