POV Groningen knelt en schuurt

De Provincie Groningen trekt het toch al strenge planologische beleid voor intensieve veehouderij nog een tandje strakker aan. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de toch al bevroren intensieve veehouderij dalen tot ver onder het nulpunt. Dat de provincie zich hiermee indirect in eigen vingers snijdt, maakt blijkbaar niet uit. Wat is dit voor sterfhuisconstructie?

De in 2009 geïntroduceerde gebiedenkaart met witte gebieden (stand still), gele gebieden (max. stalvloeroppervlak 5.000 m2) en groene gebieden (max. stalvloeroppervlak 7.500 m2) gaf aanvankelijk nog beperkte ontwikkelingsmogelijkheden afhankelijk van de locatie en ligging van het bedrijf. Nadat in 2016 werd aangekondigd dat vanaf 1 januari 2019 heel Groningen als ‘wit gebied’ geldt, is uitbreiden er niet meer bij.

De enige mogelijkheid om ter plekke als (pluim-)veehouder nog wat te kunnen, is bouwen voor een lagere bezetting. Als de bezetting omlaag moet (vanwege wettelijke bepalingen) of als men vrijwillige leefruimtevergroting wil toepassen (voor segment-kuikens of de aanbouw van een wintergarten) dan kan dat, met beroep op een afwijkingsmogelijkheid, mits het aantal dieren zoals vergund niet toeneemt.

De rek is er uit

De afgelopen jaren was dit met de opgang van segment- en scharrelkuikens een goede optie, maar nu de markt vol is geraakt is ‘een vlucht naar voren’ niet meer aan de orde. En met de aanbouw van een wintergarten kan een legkippenhouder wellicht iets meer voor de eieren beuren, maar meer kippen houden is er niet bij. Het ziet er naar uit dat groei ter plekke echt niet meer kan, niet in meer dieren en niet in meerwaarde. En niet elke locatie is geschikt voor de door de provincie zo gewenste grondgebonden of biologische veehouderij!

Biedt de provincie een alternatief? Nee. In plaats van nieuwe mogelijkheden worden de regels nog verder aangescherpt, door met terugwerkende kracht een peildatum te introduceren: het aantal dieren dat vergund was op 1-1-2019. Het kan goed zijn dat veehouders hiermee tekort wordt gedaan. Dat is het geval als men tussen 2016 de vergunning naar beneden toe bij heeft gesteld, zich niet bewust van de nu geïntroduceerde beperking.

Levensvatbaarheid

In onze advies merken we steeds vaker dat (intensieve) veehouders in Groningen tegen hun planologische grenzen en beperkingen oplopen. Of noodgedwongen een tweede locatie kopen om hun volwaardigheid te behouden; wat niet in alle gevallen even efficiënt is.
Wat bij zou dragen aan de levensvatbaarheid van de sector in Groningen is het kunnen verplaatsen van de IV-bestemming en/of het kunnen verplaatsen van stalvloeroppervlak en/of dieren naar andere IV-locaties binnen de provincie Groningen (salderen).

Bij het verplaatsen c.q. samenvoegen ontstaan er voordelen: verlaging van de stikstof- en fijnstofemissie, verlaging CO2-footprint, verbetering van dierwelzijn, betere brandveiligheid, toekomstige mogelijkheid voor uitloop (grondgebonden) en werkbaarheid (en toekomstperspectief) voor de ondernemer(s).  Ook Groningen zit met een stikstoftekort/-overschot. Door toe te passen nieuwe systemen zou er nog een forse stikstofruimte kunnen vrijkomen.

Ontwerp ligt ter inzage

De Ontwerp Actualisatie Omgevingsvisie en de Ontwerp Actualisatie Omgevingsverordening liggen van 29 september tot en met 9 november 2020 ter inzage. Beide plannen zijn te bekijken op www.provinciegroningen.nl/actueel/bekendmakingen en op www.ruimtelijkeplannen.nl. De planidentificatienummers zijn: NL.IMRO.9920.Omgevingsvisie2020-ON01 (Omgevingsvisie) en NL.IMRO.9920.OmgVerordening2020-ON01 (Omgevingsverordening).

Via de linkjes met de planidentificatienummers komt u rechtstreeks op de pagina’s met de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening terecht.

Tijdens de periode van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk en/of per e-mail zienswijzen worden ingediend bij Gedeputeerde Staten, p/a afdeling Ruimte & Samenleving, Postbus 610, 9700 AP Groningen of via omgevingsvisie@provinciegroningen.nl.