Doorgaan of leegstaan na de Stoppersregeling?

Veehouders die deelnemen aan de Stoppersregeling en hun stallen ook na 1 januari 2020 nog willen gebruiken voor varkens of kippen moeten dan alsnog d.m.v. een erkende techniek voldoen aan de maximale emissiewaarde van het Besluit huisvesting.

Vereisten

Op 1 januari 2020 moet voldaan worden aan het Besluit emissiearme huisvesting, wat betekent dat de aanpassing dan vergund én gerealiseerd moet zijn. Dit geldt zowel voor stoppende bedrijven die uiteindelijk toch door willen gaan, als voor degene die de afgelopen jaren een verouderd bedrijf of verouderde stallen heeft overgenomen.

Het komt regelmatig voor, zo blijkt ons, dat (jonge) ondernemers of opvolgers zich niet bewust zijn van de staat van hun bedrijf en de komende verplichting.

 

Het einde van de Stoppersregeling betekent:

  • De stal wordt niet langer gedoogd op basis van een lagere emissie door langere leegstand, lagere bezetting en/of voermaatregelen.
  • Maar de emissiearme techniek moet daadwerkelijk in de stallen aanwezig zijn en worden gebruikt.
  • Is dat niet het geval, dan mogen er geen dieren meer in de stal worden gehouden.

Dit moet allemaal aangevraagd en vergund zijn voordat de aanpassing uitgevoerd kan worden. Dat kost tijd. Om te voorkomen dat stallen straks leeg staan is het belangrijk om op tijd te beginnen met de vergunningaanvraag. Zeker als er ook nog een bouwvergunning nodig is. “Dat een stal nog gebouwd moet worden, is geen reden voor uitstel om aan het Besluit emissiearme huisvesting te voldoen.” Wil je het op 1 januari 2020 in orde hebben dan is het nu tijd om te beginnen.

Wat houdt de stoppersregeling ook alweer in?

In het Actieplan ammoniak en veehouderij is bepaald dat na 1 januari 2013 alle veehouderijen moeten voldoen aan het Besluit huisvesting. De enige uitzondering daarop is gemaakt voor veehouderijen die hebben aangegeven vóór 1 januari 2020 te zullen stoppen (wegens leeftijd, geen opvolger, enz.). Deze stoppende bedrijven kunnen tot uiterlijk 1 januari 2020 hun bedrijf nog voortzetten als ze alternatieve maatregelen hebben getroffen, waarmee een even grote emissiereductie wordt gerealiseerd. Deze vervangende maatregelen kunnen bestaan uit het houden van minder dieren of bijvoorbeeld voer- of managementmaatregelen. Bedrijven hebben dit voor 1 juli 2012 aan hun gemeente moeten aangeven.

Voor welke veehouderijen geldt de stoppersregeling?

De stoppersregeling geldt voor bestaande stallen op alle middelgrote pluimvee- en varkensbedrijven, Het geldt niet voor IPPC-bedrijven en ook niet voor biologisch gehouden dieren.

Te laat en toch door willen gaan?

Als de ondernemer pas eind 2019 begint met de noodzakelijke stappen, is het voor gemeenten juridisch houdbaar om de veehouderij per 1 januari 2020 stil te leggen. Weliswaar is het gebruikelijk dat een situatie wordt gedoogd als er zicht is op legalisatie, maar men is daartoe niet verplicht.