Beoordeling cumulatie fijnstof binnen 500 meter

Het Ministerie van I&M bereidt een wijziging voor van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl). Door de wijziging worden veehouders bij het aanvragen van een vergunning in veel gevallen verplicht een cumulatieve berekening te maken van de fijnstofconcentratie (PM10) in de omgeving. Alle emissie van veehouderijen binnen een straal van 500 m moet worden meegenomen zodra die meer dan 800 resp. 500 kg fijnstof per jaar emitteren. Hiermee worden mogelijke knelpunten eerder onderkend.

De cumulatie moet worden beoordeeld bij aanvragen voor een omgevingsvergunning milieu, een omgevingsvergunning beperkte milieutoets of een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan voor het gebruik van een agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning.

Voor het berekenen van de bijdrage van veehouderijen wordt tot nu toe gebruik gemaakt van zgn. GCN-kaarten met grootschalige concentratiegegevens van zwevende deeltjes.
Deze kaarten zijn opgebouwd uit gridcellen van 1×1 km. De emissie van binnen deze gridcel gelegen bronnen – waaronder veehouderijen – wordt gelijkmatig verdeeld over de gridcel. De impact van een veehouderij – als lokaal dominante bron – op een afstand van minder dan 500 m van een andere veehouderij ligt, kan door het middelen van de emissie in bepaalde gevallen worden onderschat, waardoor de grenswaarde alsnog wordt overschreden. Om dit te voorkomen wordt een gedetailleerde cumulatieve berekening voorgeschreven.

De cumulatieberekening wordt verplicht bij veehouderijen die meer dan 800 kg fijnstof emitteren of meer dan 500 kg fijnstof in een gebied waar de achtergrondconcentratie hoger is dan 27 µg/m3.
Bij de monitoring van 2018 in het kader van het NSL zijn 1.184 veehouderijen ingevoerd met emissie van zwevende deeltjes van 500 of 800 kg/jaar. Dat is het aantal dat te maken kan krijgen met deze wijziging van de Rbl, maar alleen als er binnen 500 m andere veehouderijen liggen met een emissie van zwevende deeltjes van 500 dan wel 800 kg per jaar.

Bij een waarde van 800 kg fijnstof zonder reducerende techniek moet men denken aan eenheden van ca. 9.525 scharrelkippen, 12.300 volièrekippen, 18.600 vleeskuikenouderdieren, 36.300 vleeskuikens.

Bij de cumulatieberekening binnen een straal van 500 m worden veehouderijen dubbel meegenomen omdat ze ook al onderdeel uitmaken van de achtergrondconcentratie. Om dit te corrigeren moet een correctie voor de dubbeltelling worden uitgevoerd.

De Europese norm voor PM10, grote stofdeeltjes en de focus van alle onderzoeken, heeft twee grenzen. Een jaargemiddelde aan fijnstof onder 40 microgram per kubieke meter lucht en een dagnorm van 50 microgram per kubieke meter, die niet meer dan 35 keer per jaar overschreden mag worden. De normering van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ligt iets scherper, namelijk 20 microgram als jaarlijks gemiddelde  en 50 microgram als hoogste dagnorm.

Tot 18 september kan men via een internetconsultatie reageren op de voorgestelde wijziging.